Toedienen van zuurstof - O2
Let op!
De
handeling mag alleen worden verricht door een bevoegd persoon en in opdracht
van een arts.
Het
aanbieden van zuurstofrijke lucht ter ondersteuning van de ademhaling en / of
verbeteren van de gaswaarden in het bloed.
-
De arts bepaalt het aantal liters zuurstof per minuut en de wijze van
toediening: continu of intermitterend.
-
Het is van belang dat de zuurstoftoevoer gegarandeerd is en regelmatig
gecontroleerd wordt op aanwezige hoeveelheid.
-
Zuurstof is niet ontplofbaar, maar vuur bij een hoge concentratie
zuurstof kan wel gemakkelijk brand veroorzaken.
Daarom:
-
Verbied roken en het gebruik van vuur en gasaanstekers in ruimten waar
zuurstof wordt gebruikt.
-
Vermijd het gebruik van alcohol, ether of andere brandgevaarlijke
producten.
-
Smeer nooit de kraan of de schroefdraad met olie of vaseline om
bijvoorbeeld gepiep te verhelpen en forceer nooit het schroefdraad.
-
Zet de cilinder of zuurstofkoffer nooit in de zon of in de buurt van
een brandende verwarming.
-
Zorg er voor dat de cilinder niet valt.
-
Gebruik bij transport van grotere flessen dan ook een cilinderwagen en
zorg dat de cilinder vast staat.
-
De zuurstofcilinder en zuurstofkoffer moeten altijd gebruiksklaar zijn,
dat wil zeggen met:
-
Voldoende hoeveelheid zuurstof.
-
Reduceerventiel
-
Zuurstofmasker, -bril of -sonde erbij.
-
Schone zuurstofslang.
-
Schoon waterreservoir (alleen bij langdurige toediening).
-
Zuurstoftherapie maakt de slijmvliezen droog, daarom dikwijls
mondverzorging en neusverzorging realiseren.
-
Begin en einde van de therapie altijd schriftelijk vastleggen.
A.
Algemeen
-
Zuurstofbronnen: bijvoorbeeld zuurstofcilinder op carrier,
zuurstofkoffer, of centrale zuurstofinstallatie.
-
Afhankelijk van de toedieningsvormen: zuurstofmasker, -bril of -sonde.
-
Veiligheidsspelden, kleefpleister, tissue
-
Cilinder met inhoud
-
Drukregelaar (reduceerventiel=volumemeter+manometer)
-
Disposable steriel waterreservoir (zo nodig)
-
Verbindingsslang en eventueel verbindingsstukjes
C.
Centrale zuurstofinstallatie
-
Zuurstofklok
-
Disposable steriel waterreservoir
-
Verbindingsslang en eventueel verbindingsstukjes
-
Vertel de cliënt (indien mogelijk) het doel van de handeling; wat er
gaat gebeuren, of indien deze dit niet kan begrijpen: noem de naam van de
cliënt en vertel dat er iets gaat gebeuren.
-
Zet alle benodigdheden binnen handbereik klaar
-
Was de handen
A.
Zuurstofcilinder en zuurstofkoffer
-
Laat de cliënt bij voorkeur zitten, eventueel liggen.
-
Maak knellende kleding los.
-
De neus reinigen, indien mogelijk de neus laten snuiten.
-
De cilinder controleren op de inhoud (vermelding van zuurstof).
-
Drukregelaar aansluiten, daarna het steriel waterreservoir en de
verbindingsslang aansluiten.
-
Draai de instelknop dicht.
-
Draai de cilinderkraan open (naar links) tot deze niet verder kan.
-
Bekijk de druk in de manometer en reken uit hoeveel zuurstof er in de
cilinder zit
-
Flesdruk X resterende inhoud (zie manometer) gedeeld door het verbruik
(Liter/min)= voorraadsduur (in minuten).
-
Sluit nu het toedieningsysteem (zuurstofmasker, -bril of -sonde) aan op
de verbindingsslang.
-
Op geleide van de volumemeter het reduceerventiel (regelkraan) open
zetten.
-
Stel het voorgeschreven aantal liters per minuut in, de bovenkant van
het bolletje / tolletje moet gelijk staan met de gewenste maatstreep.
-
Controleer de zuurstoftoediening door te voelen of er werkelijk
zuurstof wordt uitgeblazen.
-
Plaats het zuurstofmasker over de neus en mond van de cliënt, of
-
Bevestig de zuurstofbril op de neus van de cliënt, of
-
Breng de zuurstofsonde minimaal
-
Fixeer de zuurstofsonde met kleefpleister en bevestig eventueel de
verbindingsslang met een veiligheidsspeld aan het jasje (of iets dergelijks) of
het kussen van de cliënt.
-
Zuurstofmasker, -bril of -sonde en de verbindingsslang om de 24 uur
vervangen.
-
Zuurstofmasker en verbindingsslang na gebruik reinigen.
-
De zuurstofcilinder is bedoeld voor langer gebruik.
-
Gebruik de zuurstofkoffer uitsluitend in geval van nood en / of voor een
korte periode.
-
Beëindigen van de therapie:
a)
Eerst de zuurstoftoevoer dichtdraaien, manometer leeg laten lopen tot 0
atmosfeer.
b)
Toedieningssysteem verwijderen.
c)
Neus en mond verzorgen.
d)
Controle van de inhoud en eventueel verwisselen van de cilinder.
B.
Centrale zuurstofinstallatie
-
Sluit de zuurstofklok aan op de centrale zuurstofinstallatie.
-
Sluit het steriele waterreservoir aan op de zuurstofklok.
-
Bevestig de verbindingsslang.
-
Sluit het toedieningssysteem aan op de verbindingsslang.
-
Stel het voorgeschreven aantal liters zuurstof per minuut in en handel
vervolgens verder zoals omschreven onder dit punt bij A.
C.
Rapportage
-
Noteer in het dossier (of ander afgesproken plaats) dat de handeling is
verricht.
-
Ademdepressie
-
Koolzuuropstapeling door onvoldoende zuurstoftoevoer.
-
Zuurstofintoxicatie, vooral bij kunstmatige beademing.
-
Lucht in de maag doordat de sonde te diep is ingebracht.
-
Ongemerkt wegstromen van de zuurstofvoorraad in de fles.
Complicaties
moeten altijd in het zorgdossier worden opgeschreven en aan de arts te worden
gemeld.
Verpleegkundige is bevoegd
Andere
zorgverleners als men
beschikt over een bekwaamheidsverklaring (afhankelijk van het beleid van de
organisatie waar men werkt)
Let op:
Het is de bedoeling met dit
protocol een bijdrage te leveren aan een goede,
verantwoorde en doelmatige zorg- en dienstverlening. Het protocol kan zo
nodig worden aangepast aan de individuele wensen van de cliënt, echter alleen
in opdracht van of met instemming van een arts.
Bij twijfel ten aanzien van de
uitvoering van dit protocol raadpleegt men de direct leidinggevende.
In situaties waarin dit
protocol niet voorziet, overlegt men met de opdrachtgever en/of de direct
leidinggevende.
Afwijken van dit protocol kan
soms noodzakelijk zijn, doch men zal afwijken van dit protocol te allen tijde
moeten kunnen motiveren. Dit protocol, hoewel richtinggevend, is slechts een
hulpmiddel en kan en mag nimmer de plaats innemen van het eigen denken en
handelen van de zorgverlener / ondersteuner.
De zorgverlener / ondersteuner
kent en neemt bij het hanteren van dit protocol zijn of haar eigen
verantwoordelijkheid.
Dit protocol is niet bestemd
voor particulier gebruik.
Auteur: D.Slagter, verpleegkundige
Publicatiedatum:
1 mei 2001
Laatste herziening:
07-03-2011
Disclaimer: De
auteur draagt geen enkele verantwoordelijkheid ten aanzien van het gebruik van
dit protocol. Raadpleeg zo nodig de arts.
Copyright © 2001 - 2012