Het
creëren van omstandigheden waarin een cliënt zich zo veilig mogelijk kan baden
/ douchen.
Een badkamer is om meerdere redenen een minder veilige omgeving dan andere woonruimten. Te denken valt aan gladde vloeren en de aanwezigheid van stopcontacten.
Het
baden van een aantal cliënten is dus om meerdere redenen (zoals ook wel
regelmatig uit persberichten blijkt) niet zonder risico’s
Een
reden waarom een deel van cliënten risico’s loopt tijdens het baden / douchen
is gelegen in het feit dat niet alle mensen, om verschillende redenen, pijn
(kunnen of willen) aangeven en gevaar niet altijd door cliënten wordt gezien.
Het bad- en douchewater.
De
temperatuur van het bad- en douchewater mag niet boven de 37
Het
meest betrouwbaar is het meten van de watertemperatuur met een
watertemperatuurmeter, doch dit is een methode die op praktische bezwaren
stuit.
Men
mag daarbij ook niet volledig vertrouwen op de thermostaatkraan of andere
technische voorzieningen die eventueel zijn getroffen.
Daarom
is het verplicht dat een begeleider de temperatuur van het water handmatig
controleert vóórdat de cliënt onder de douche gaat staan of in bad gaat.
De
temperatuur van het water kan men het best beoordelen met de elleboog of de
binnenkant van de pols omdat deze het meest gevoelig zijn.
Wanneer er met enige regelmaat sprake is van het baden van cliënten uit de
risicogroep, is het aan te bevelen herinneringsmemo(‘s) in de badkamer op te
hangen met bijvoorbeeld de tekst “voor
het baden of douchen eerst te watertemperatuur meten”.
Per
cliënt zal men zich moeten afvragen of het verantwoord is dat deze zich zonder
toezicht baadt of douchet.
Indien
een cliënt niet verantwoord zonder toezicht kan baden of douchen, dient dit in
het zorg- of ondersteuningplan te worden vastgelegd.
Als
toezicht noodzakelijk is, mag men de cliënt ook niet “even” alleen laten.
Het
is in die gevallen daarom belangrijk van tevoren alles klaar te leggen wat men
in de badkamer / douche denkt nodig te hebben.
Cliënten
waarvan bekend is dat zij epilepsie hebben, dienen bij voorkeur gebruik te
maken van een douche of wastafel om verdrinkingsgevaar te voorkomen.
Indien
een cliënt met epilepsie nadrukkelijk te kennen geeft van het bad gebruik te
willen maken, is direct toezicht noodzakelijk.
Uitzonderingen
kunnen alleen gemaakt worden, na zorgvuldige afweging van de risico’s, in overleg
met de cliënt of diens belangenbehartiger alsook in overleg met de
gedragsdeskundige. Indien afspraken worden gemaakt die afwijken van deze
richtlijn dient dit schriftelijk in het zorg- of ondersteuningsplan te worden
vastgelegd.
Risico’s
- Verdrinking
- Verbranding
- Vallen
Let op:
Het is de bedoeling met deze richtlijn een bijdrage te
leveren aan een goede, verantwoorde en doelmatige zorg- en dienstverlening. Het
kan zo nodig worden aangepast aan de individuele wensen van de cliënt. Bij
twijfel ten aanzien van de uitvoering van deze richtlijn of in situaties waarin
deze richtlijn niet voorziet, overlegt men met de direct leidinggevende.
Afwijken van deze richtlijn
kan soms noodzakelijk zijn, doch men zal afwijken van deze richtlijn te allen
tijde moeten kunnen motiveren. Deze richtlijn is slechts een hulpmiddel en kan
en mag nimmer de plaats innemen van het eigen denken en handelen van de
zorgverlener / ondersteuner.
De zorgverlener / ondersteuner
kent en neemt bij het hanteren van deze richtlijn zijn of haar eigen verantwoordelijkheid.
Auteur:
D.Slagter, verpleegkundige
Publicatiedatum:
1 mei 2001
Laatste herziening: 07-03-2011
Disclaimer: De
auteur draagt geen enkele verantwoordelijkheid ten aanzien van het gebruik van
deze richtlijn. Raadpleeg zo nodig de arts.
Copyright © 2001 - 2012